De verdeling is met opzet zo gemaakt. Alles wat een
oordeel of een getal oplevert staat als gewone, geteste code in de applicatie. Het model
luistert en ordent.
Taalmodelspraak naar tekst
De opname uitschrijven
Het gesprek wordt woordelijk uitgeschreven, met de sprekers uit elkaar gehaald.
Welke van de twee het deed komt terug bij het uitschrijven zelf, want de twee schelen bijna een factor vier in prijs. Het wordt op dit moment niet bij de opname bewaard, dus achteraf is het niet meer na te gaan.
Taalmodeluit het transcript
Feiten vaststellen
Uit het uitgeschreven gesprek worden afzonderlijke feiten gehaald, elk met citaat, spreker en tijdstip.
Een waarde zonder bewijs wordt bij het opslaan geweigerd. Ontbreekt iets, dan blijft het veld leeg met de reden erbij.
Taalmodelconcept, geen uitkomst
Rapportteksten schrijven en foto’s lezen
De lopende tekst per rapportonderdeel, en het koppelen van foto’s aan de velden waar ze bij horen.
Alles wat eruit komt is een concept dat u nakijkt. Zolang er iets openstaat draagt elke pagina het merkteken CONCEPT.
Gewone codegetest
Rekenen
BAR, NAR, kapitalisatiefactor, correcties en de eindwaarde.
Er is een test die faalt zodra iemand een rekenveld als “uit tekst te halen” markeert. Een taalmodel raakt geen enkel getal aan.
Gewone code21 bronnen
Registers ophalen
BAG, kadastrale kaart, PDOK, energielabel, klimaatgegevens en de rest.
Rechtstreekse bevragingen. Wat een register zegt, staat er zoals het register het zegt.
Gewone codebewust geen model
Tegenstrijdigheden opsporen
Zegt de eigenaar 1.250 m² en de BAG 1.180 m², dan is dat een verschil dat aandacht vraagt.
Dit draait op regels en niet op een taalmodel, omdat een model dat mag meepraten een verschil kan wegredeneren dat er wel degelijk is, en dat overtuigend doet.